Terug naar nieuws uit De Provincie Groningen

Opinie: Groningen verdient meer dan beloften

31-07-2026

De afgelopen jaren er in Provinciale Staten tientallen debatten gevoerd over de toekomst van Groningen. Over de gevolgen van de gaswinning, over bereikbaarheid, wonen, leefbaarheid, energie en economie. Vrijwel ieder debat eindigt met dezelfde conclusie: er moeten plannen komen.

Maar volgens mij heeft Groningen inmiddels plannen genoeg.

Groningen verdient uitvoering.

De provincie houdt opnieuw ongeveer 120 miljoen euro over. Dat is geen teken van verstandig financieel beleid wanneer tegelijkertijd woningbouw achterblijft, dorpen voorzieningen verliezen, de bereikbaarheid onder druk staat en inwoners steeds langer wachten op oplossingen. Dan is geld niet het probleem. Dan is bestuur het probleem.

De Parlementaire Enquête Gaswinning heeft een pijnlijke les geleerd. Niet alleen dat Groningen jarenlang onvoldoende is gehoord, maar vooral dat een overheid de verkeerde afslag neemt zodra systemen belangrijker worden dan mensen. Die les mag niet beperkt blijven tot het gasdossier. Zij moet de basis worden van iedere bestuurlijke beslissing die wij vanaf vandaag nemen.

Dat vraagt om meer dan goede bedoelingen. Het vraagt om een andere manier van besturen.

Om te beginnen moeten Gedeputeerde Staten jaarlijks verantwoording afleggen over de uitvoering van bestaand beleid voordat nieuw beleid wordt vastgesteld. Geen nieuwe agenda's zolang oude beloften niet zijn nagekomen. Uitvoering moet belangrijker worden dan het schrijven van beleidsnota's.

Daarnaast moet ieder Statenvoorstel worden voorzien van een verplichte Inwonertoets. Niet de vraag of een voorstel bestuurlijk klopt, maar wat inwoners er daadwerkelijk van merken moet centraal staan. Wordt de bereikbaarheid beter? Neemt de leefbaarheid toe? Komen er woningen bij? Wordt de zorg toegankelijker? Kan dat niet overtuigend worden aangetoond, dan hoort het voorstel niet op de agenda.

Ook de provincie zelf moet keuzes durven maken. Daarom pleit ik voor een onafhankelijk kerntakenonderzoek aan het begin van iedere Statenperiode. Niet om te bezuinigen, maar om te voorkomen dat de provincie steeds meer taken op zich neemt en uiteindelijk steeds minder gedaan krijgt. Een compacte overheid die haar kerntaken uitstekend uitvoert, is waardevoller dan een overheid die overal een beetje van is.

Verder moet de provincie zichzelf niet langer beoordelen op hoeveel geld is uitgegeven, maar op wat inwoners daarvan merken. Iedere begroting zou moeten worden afgesloten met een openbaar resultatenoverzicht. Niet hoeveel rapporten zijn geschreven, maar hoeveel woningen zijn gebouwd, hoeveel dorpen bereikbaar zijn gebleven, hoeveel bedrijventerreinen zijn ontwikkeld, hoeveel natuur is verbeterd en hoeveel vertrouwen inwoners terug hebben gekregen.

Maar ook Den Haag zal moeten veranderen.

Er wordt opnieuw gesproken over kerncentrales, uitbreiding van de energie-infrastructuur en andere nationale opgaven. Dat gesprek moet kunnen worden gevoerd. Maar de volgorde moet anders.

Niet eerst vragen wat Groningen nog kan leveren. Eerst vastleggen wat Nederland eindelijk aan Groningen gaat teruggeven.

Leg de Lelylijn wettelijk vast. Rond de Nedersaksenlijn volledig af. Investeer versneld in de N33 en andere noordelijke verbindingen. Zorg ervoor dat de Eemshaven niet alleen de energiehaven van Nederland wordt, maar ook de banenmotor van Noord-Nederland. En leg wettelijk vast dat een deel van de opbrengsten van grote energieprojecten terugvloeit naar de regio waarin zij worden gerealiseerd.

Dat is geen gunst. Dat is een kwestie van rechtvaardigheid.

Die rechtvaardigheid geldt ook voor de generatie die Nederland en Groningen heeft opgebouwd. Te veel ouderen zien hun koopkracht onder druk staan, terwijl de dagelijkse kosten stijgen. Tegelijk verdwijnen juist in het Ommeland busverbindingen, bankkantoren, winkels en zorgvoorzieningen. Voor veel ouderen is bereikbaarheid geen luxe, maar de voorwaarde om zelfstandig te kunnen blijven wonen. Goed bestuur betekent daarom ook: zorgen voor een fatsoenlijke oudedagsvoorziening, behoud van voorzieningen in de regio en een overheid die niet alleen naar cijfers kijkt, maar ook naar de kwaliteit van leven.

Ik geloof dat goed bestuur uiteindelijk verrassend eenvoudig is.

Niet ieder jaar nieuwe plannen maken. Maar ieder jaar zichtbaar problemen oplossen.

Niet inwoners vragen zich aan te passen aan de overheid. Maar de overheid aanpassen aan haar inwoners. Aan jong en oud.

Na alles wat Groningen heeft betekend voor Nederland, is het tijd dat overheden niet langer beginnen bij systemen of procedures, maar bij de mensen voor wie zij bestaan.

Want Groningen verdient meer dan beloften. Groningen verdient een overheid die levert.

Voor mij is de vraag uiteindelijk eenvoudig. Draagt dit besluit bij aan gelijke kansen? Niet alleen ongeacht je leeftijd, maar ook ongeacht je postcode. Dáár begint voor mij goed bestuur.

Dries Zwart, lid Provinciale Staten Groningen.